Trans mannen en stem
Vermannelijking van de stem
Door het gebruik van testosteron kan de stem veranderen. Deze verandering kan 12 maanden tot 2 jaar duren. Sommige mensen kunnen na 6 weken al veranderingen in toonhoogte en stemkwaliteit merken. De stemplooien kunnen langer en dikker worden. Soms kan de verandering plotseling zijn, in andere gevallen is de verandering geleidelijk. De veranderingen hebben een grote impact op het stemapparaat, waardoor (tijdelijke) stemklachten kunnen ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn: heesheid, ruwheid, schorheid, zwakke stemgeving, instabiliteit, het gevoel van een brok in de keel (globusgevoel), een ongecontroleerde of onbetrouwbare stem. De periode tussen 4 en 6 maanden na het gebruik van testosteron wordt vaak als het meest lastig ervaren, omdat de stem in deze periode het zwakst is.
Toonhoogte
Er kan gewerkt worden aan het verlagen van de gemiddelde spreektoonhoogte. Mannelijke stemplooien trillen gemiddeld 120 keer per seconde, daarom is een gemiddelde mannelijke spreektoonhoogte 120 Hz in de Nederlandse taal. Het is de lengte, de massa en de spanning van je stemplooien die de trillingsfrequentie kunnen veranderen. Voor de vermannelijking van de stem betekent dit dat de massa dikker moet worden en de lengtespanning lager.
Toonhoogte bepaalt slechts 41,6% van de genderperceptie. Bij een gemiddelde spreektoonhoogte lager dan 165 Hz wordt de stem meestal als mannelijk beoordeeld (Leung et al., 2018). De ondergrens ligt dan op de 100 Hz. Hierdoor is vanzelfsprekend het werken aan toonhoogte alleen niet genoeg om als mannelijk gehoord te worden door de luisteraar. Daarom is het belangrijk om te werken aan andere aspecten.

Bron: Leung et al., 2018
Bij het gebruik van testosteron wordt er vaak een beperkt bereik in de hogere toonhoogtes ervaren. Ook bij de overgang naar een ander stemregister worden problemen ervaren, zoals het wegvallen van een stuk bereik of het niet bereikbaar zijn van het falsetregister. Deze problemen ontstaan doordat er iets verandert in de massa van de stemplooien, daarom is het te verklaren dat er een periode is waarin de stemplooien zich opnieuw op elkaar moeten afstemmen. Dit komt dan ook vooral tot uiting bij een overgang naar een ander stemregister, aangezien hier ook een verandering in massa plaatsvindt.
Resonantie
Resonantie van de stem is het trillen van de lucht in de verschillende holtes van het spraakkanaal, bijvoorbeeld de mondholte, de neusholte en de voorhoofdsholte. Je kan dit waarnemen in je borstholte, bij je lippen of zelfs bij je tanden. Dat is voor iedereen verschillend.
De vorm en de grootte van het spraakkanaal moet worden aangepast om andere boventonen te produceren. In elke natuurlijk gevormde toon kunnen we een grondtoon met boventonen onderscheiden. We nemen de grondtoon waar als toonhoogte, de boventonen als klankkleur. Lagere boventonen worden geassocieerd met een mannelijke spreker. Het spraakkanaal wordt langer door een lagere strottenhoofdpositie te trainen, de mondholte wordt vergroot door bijvoorbeeld de tongpositie aan te passen of met meer kaakdaling te spreken. De projectie van de klank is achterwaarts en dieper geplaatst. Dit kan worden uitgelokt door minder lipspanning en een meer achterwaartse plaatsing van de tongpunt te realiseren.
Door het gebruik van testosteron groeien de massa en de lengte van de stemplooien, maar door verbening van het kraakbeen groeit de omvang van het schildkraakbeen niet of minder. Hierdoor blijft de omvang van het strottenhoofd gelijk. Dit zorgt dus voor een verlaging van de toonhoogte, maar niet per se een aanpassing van de resonantie (zonder logopedie).
Klankkleur
Uit een artikel van Pernet en Belin (2012) blijkt dat luisteraars gender van stemmen kunnen categoriseren op basis van klankkleur.
De grondtoon nemen we waar als toonhoogte, de boventonen als klankkleur. Klankkleur kun je beschrijven met woorden zoals donker, licht, scherp of vol.
De klankkleur wordt bepaald door de relatieve luidheid van boventonen. Bepaalde boventonen worden versterkt of verzwakt. Bepaalde boventonen klinken dan luider en andere minder luid. Deze verhouding in luidheid bepaalt of de klank donkerder of scherper klinkt. Bij een piano of gitaar zorgt de grootte van de klankkast hiervoor, bij mensen de klankruimte, de ruimte vanaf de stemplooien tot aan de lippen. Elke ruimte heeft zijn eigen akoestiek. Een grote ruimte versterkt beter de lage boventonen, denk aan de grote klankkast van een contrabas. Een kleinere ruimte versterkt beter hogere boventonen, denk aan de kleine klankkast van een viool (Bron: Universal Voice Guide, p. 248).
Articulatie - klinkers
In onderstaande klinkerdriehoek worden de klinkers van het Nederlands met de bijbehorende boventonen weergegeven. De klinkerdriehoek is bij mannelijke sprekers kleiner dan bij vrouwelijke sprekers. Om de lagere boventonen van ongeronde klinkers zoals /ie/ en /ee/ te versterken kan er gewerkt worden vanuit geronde klinkers (/oo/, /oe/, /uu/). Bij het vormen van de boventonen speelt de positie van de tong een belangrijke rol.
Articulatie - medeklinkers
Ook bij de articulatie van medeklinkers speelt de tong een belangrijke rol. De articulatie van medeklinkers wordt onderverdeeld in articulatieplaats en -wijze. In de afbeelding hieronder wordt de articulatieplaats van de medeklinkers weergegeven.
Bij het vermannelijken van de stem is de articulatieprecisie minder. Stemhebbende klanken, zoals /v/, /z/, /b/ en /d/ krijgen vaak meer donkerte in de klankkleur. Daarom is het belangrijk deze klanken met meer druk en meer donkerte te produceren.
Intonatie
Intonatie is de melodie van de zinnen die je uitspreekt. Het gaat over veranderingen in toonhoogte waarmee je de betekenis van je boodschap aan de luisteraar overbrengt.
Iedere persoon heeft een eigen manier van intoneren. Dit hangt samen met karakter of persoonlijkheid. Sommige personen spreken vrij monotoon (op één toon), terwijl anderen met meer toonhoogtevariaties spreken. Het is een onderdeel van stemexpressie en stememotie.
Mannelijkere intonatie wordt gekenmerkt door minder toonhoogtevariatie in het spreken. Daarnaast gebruiken mannelijke sprekers weinig toonhoogtebuigingen in een lettergreep, woord of zin. Ook gebruiken mannelijke sprekers een kleinere range om te intoneren, zowel naar boven als naar beneden. Het einde van de uiting wordt vaker naar beneden en kort gerealiseerd. De spraak is meer staccato, dat wil zeggen dat de klanken korter worden gerealiseerd.
Door toonhoogtevariaties worden klemtonen in het spreken aangeduid. Mannelijke sprekers gebruiken voor het aangeven van de klemtoon vaker een verlaging van de toonhoogte, het verkorten van de klank, een verhoogd volume of adem- articulatiedruk.
Stemkwaliteit
Stemkwaliteit heeft te maken met de karakteristieken van de stem die je hoort in het stemgeluid. Voorbeelden hiervan zijn spreken met veel lucht, kraak of schorheid.
Om de stem meer mannelijk te laten klinken is het veranderen van deze karakteristieken geen bepalende factor. Een mannelijke stem klinkt dus niet per se meer luchtig of krakerig. Het is belangrijk om de stem zo gezond mogelijk te gebruiken, vooral tijdens het trainen van de stem.
Door het gebruik van testosteron kunnen er wel (tijdelijke) veranderingen in de stemkwaliteit ontstaan, zoals heesheid, ruwheid, schorheid of instabiliteit. Een gespecialiseerde logopedist kan hierbij helpen.